Inleiding
Wanneer een uithuisplaatsing nodig is, is pleegzorg de eerste keuzeoptie in Vlaanderen [1], [2]. Jonge kinderen maken een aanzienlijk deel uit van de nieuwe pleegzorgplaatsingen in Vlaanderen: 36% van de pleegkinderen is jonger dan 6 op het moment dat ze in een pleeggezin worden geplaatst [3]. Behandelingspleegzorg wordt in alle vijf diensten voor pleegzorg aangeboden. Het gaat om extra begeleiding, bovenop de standaardbegeleiding, om zo een pleegkind, ouder of pleegzorger bijkomend rond specifieke thema’s te ondersteunen.
Onlangs werd de ‘video-feedback intervention to promote positive parenting and sensitive discipline – foster care’ opgenomen in de databank kwaliteitsvolle praktijken (zie VIPP-FC | Opgroeien). Deze databank bundelt kwaliteitsvolle praktijken binnen jeugd- en gezinsbeleid uit Vlaanderen en Brussel en is een initiatief van het Agentschap Opgroeien. Het is de bedoeling om kennis en inzichten over onderbouwde en kwaliteitsvolle praktijken te delen. Door van elkaar te leren, wordt de professionalisering van het werkveld versterkt. Een commissie, die bestaat uit wetenschappers en praktijkprofessionals, kijkt de ingediende praktijken grondig na. Ze oordeelde dat VIPP-FC kon opgenomen worden in deze databank. Het is de eerste van verschillende interventies in de behandelingspleegzorg die nu is opgenomen in de databank.
De ingediende interventie (VIPP-FC) werd ontwikkeld door Juffer, Bakermans-Kranenburg en Van Ijzendoorn (2015). De interventie heeft als doelgroep jonge pleegkinderen (tussen 6 maanden en 6 jaar) en een pleegzorger. VIPP-FC kan zowel preventief als curatief ingezet worden. Wanneer de interventie preventief wordt ingezet, is het om de sensitiviteit van de pleegzorger te verhogen om zo het ontwikkelen van problemen te vermijden. Een curatieve interventie kan nodig zijn bij een lage ouderlijke sensitiviteit, moeilijkheden van de pleegzorgers om op een sensitieve manier grenzen te stellen, moeilijkheden in de gehechtheidsrelatie tussen pleegzorger en pleegkind en/of bij externaliserende gedragsproblemen bij pleegkinderen. VIPP-FC zet via videofeedback in op het versterken van de sensitiviteit van pleegzorgers om een veilige gehechtheid bij pleegkinderen te bevorderen en gedragsproblemen te verminderen [4]. De interactie tussen pleegzorgers en pleegkinderen wordt gefilmd tijdens specifieke dagelijkse activiteiten, bijvoorbeeld samen een boekje lezen. Tijdens het huisbezoek nadien worden de beelden bekeken. Om de 10 tot 30 seconden wordt het beeld op stop gezet en wordt microfeedback gegeven door de VIPP-ondersteuner. Er wordt gefocust op wat er goed loopt. Door sensitief gedrag van de pleegzorgers uit te lichten, wordt dit gedrag bekrachtigd. Later in het traject worden daarnaast ook correctieve boodschappen gegeven waarin concrete voorbeelden aangereikt worden van zaken die sensitiever kunnen, met daarnaast steeds een voorbeeld van wanneer dit sensitief gedrag wel te zien is.
Veilige gehechtheid bij pleegkinderen bevorderen en gedragsproblemen verminderen is nodig, aangezien onderzoek toont dat pleegkinderen het risico lopen om gedesorganiseerde gehechtheidsrelaties [5], [6] en gedragsproblemen te ontwikkelen [7], [8]. Een sensitieve opvoedingsstijl van pleegzorgers bevordert een veilige gehechtheid, verkleint de kans op gedragsproblemen en kan beschermen tegen het vroegtijdig ongepland stoppen van een plaatsing om negatieve redenen [9], [10].
De VIPP-FC bestaat uit zes sessies die plaatsvinden bij het pleeggezin thuis. VIPP-FC is gebaseerd op VIPP-SD (video-feedback intervention to promote positive parenting and sensitive discipline), met enkele pleegzorgspecifieke aanpassingen. VIPP-FC besteedt extra aandacht aan de subtiele en mogelijk onduidelijke signalen die pleegkinderen geven. Het kan bijvoorbeeld gaan om een pleegkind dat zich duidelijk bezeert en de pleegzorger wegduwt in plaats van troost en nabijheid te zoeken. Deze pleegkinderen werden in het verleden mogelijk niet getroost wanneer ze pijn hadden, waardoor ze geen hulp zoeken [11]. Die reactie om nabijheid te vermijden maakt het voor pleegzorgers moeilijker om een relatie met het kind op te bouwen [12], [13]. Daarom worden in de eerste plaats positieve, warme pleegouder-kindinteracties gestimuleerd. Daarnaast leren pleegzorgers sensitieve disciplineringsstrategieën aan. Er wordt gewerkt aan consistent disciplineren door gewenst gedrag positief te bekrachtigen en ongewenst gedrag niet te bekrachtigen (door bijvoorbeeld niet toe te geven). Voorbeelden van strategieën zijn ‘uitleggen’ (het kind redenen uitleggen voor een bepaalde regel) en ‘afleiden’ (het kind aantrekkelijke alternatieven bieden’ [14]. Door deze strategieën in te zetten, kunnen gedragsproblemen bij kinderen verbeteren en zo verder problemen voorkomen worden [15].
Toepassingsgebieden
VIPP(-SD) wordt voor heel wat doelgroepen gebruikt, vaak met een aantal kleine aanpassingen. Zo zijn er onderzoeken naar de toepassing bij onder meer kinderen met (een risico op) ASS [16], [17] en tweelingen [18]. Er zijn ook specifieke versies voor gezinnen waar een vermoeden van (risicio op) mishandeling is [19], moeders die in armoede leven [20] of moeders met eetstoornissen [21]. In een aantal studies werd VIPP toegepast in een groepsetting, zoals een verzorger met een groep kinderen in de kinderopvang [22], [23]. Er werden enkele casussen over de toepassing in pleegzorg uitgewerkt in het artikel “Video-feedback Intervention to promote Positive Parenting – Foster Care (VIPP-FC): theorie en casuïstiek”(West et al., 2020, TKP 04-2019_WEB_03_Positiefopvoeden in de pleegzorg.pdf).
Onderzoek
In kwalitatief onderzoek geven VIPP-ondersteuners aan dat ze het gevoel hebben dat de methodiek een meerwaarde vormt voor de gezinnen waar ze mee werken. Ze vinden dat inzetten op de sterktes van de gezinnen en de zaken belichten die goed lopen zeer goed werkt. Ook de nadruk op spel vinden ze belangrijk, zowel samen spelen van pleegzorgers en pleegkind als individueel spel. VIPP-FC is volgens hen een aangename interventie voor de pleegzorgers, hoewel het soms moeilijk is voor pleegzorgers om voldoende tijd vrij te maken voor de tijdsintensieve interventie. Daarnaast is terugkijken naar de beelden niet altijd evident wanneer de kinderen die aanwezig zijn voor afleiding zorgen. Zeker in grote pleeggezinnen is dit soms moeilijk te organiseren. De sterke protocollering zorgt eveneens voor uitdagingen. VIPP-ondersteuners moeten zich aan het script houden en hebben weinig flexibiliteit, ook wanneer sommige boodschappen minder passend zijn voor een pleeggezin. Toch is de handleiding een sterkte, omdat het een duidelijke leidraad is [24].
Daarnaast werd ook heel wat kwantitatief onderzoek gevoerd naar VIPP-SD, de interventie die niet-pleegzorgspecifiek is. Van IJzendoorn et al. (2023) voerden een meta-analyse onderzoek uit (een overkoepelend onderzoek van veel verschillende onderzoeken) van 25 effectonderzoeken (totale aantal participanten= 2401). Dit onderzoek vond kleine effecten op ouderlijke sensitieve interacties en sensitieve discipline en attitudes over sensitief opvoeden en sensitief disciplineren, en op de kwaliteit van gehechtheid tussen kinderen en ouders. Er werden geen effecten gevonden op externaliserende gedragsproblemen van kinderen [25]. In de Nederlandse databank effectieve jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut (zie Databank Effectieve jeugdinterventies |Nederlands Jeugdinstituut) is de VIPP-SD gecategoriseerd als “effectief volgens sterke aanwijzingen”.
Een klein aantal onderzoeken ging de effectiviteit van VIPP-FC (de pleegzorgspecifieke variant die ook van toepassing is op de adoptiepopulatie) na. Het eerste onderzoek was een steekproef van Italiaanse adoptiemoeders en hun internationaal geadopteerde kinderen. De kinderen in de interventiegroep vertoonden een significante verandering in hun emotionele beschikbaarheid (toename) en gedragsproblemen (afname). De onderzoekers vonden dat moederlijke emotionele beschikbaarheid een invloed heeft op de emotionele beschikbaarheid en de externaliserende gedragsproblemen van de kinderen [26]. De kinderen die met hun adoptiemoeder een VIPP-FC traject hadden gevolgd, hadden een toename van emotionele beschikbaarheid en een afname van gedragsproblemen.
Er werden twee VIPP-FC studies uitgevoerd bij pleeggezinnen. In de eerste studie, die in Nederland werd uitgevoerd, was geen bewijs dat VIPP-FC effectief was in het verbeteren van sensitief ouderschap van pleegzorgers en meer positieve attitudes, vergeleken met de controleconditie [27].
In Vlaanderen werd een onderzoek gedaan naar de effectiviteit van VIPP-FC bij pleeggezinnen. Er werden geen significante effecten gevonden voor sensitief opvoeden en opvoedingsstress. Enkel voor de jongste groep kinderen (jonger dan2,5 jaar), bleek er een significant effect van de interventie op onveilige gehechtheid. Alleen kinderen in netwerkpleegzorg hadden minder gedragsproblemen na het traject. Meer grootschalig onderzoek naar de effectiviteit van VIPP-FC wordt momenteel gevoerd in het Verenigd Koninkrijk.
Opleiding en conclusie
VIPP-SD International organiseert regelmatig VIPP-trainingen en ook het Kenniscentrum Pleegzorg en de Vrije Universiteit Brussel organiseren jaarlijks een training. De training bestaat uit vier dagen basisvorming en een gesuperviseerd oefentraject. Alle trainingen worden gebundeld op de website van VIPP-SD International (Training| VIPP-SD International).
Samenvattend kan gesteld worden dat VIPP-FC een veelbelovende, wetenschappelijk onderbouwde interventie is. VIPP-FC is een waardevolle aanvulling binnen de behandelingspleegzorg en draagt zo bij aan de kwaliteitsverbetering van pleegzorg in Vlaanderen.
Bronnen hier raadpleegbaar
Delphine West, Suzan de Hoog, An Roelands, CamilleVerheyden, Johan Vanderfaeillie & Frank Van Holen




